Leeruitstap naar Antwerpen 2009-11-10




82

Dinsdag 10 november gingen we met de hele klas  naar Antwerpen .  Eerst gingen we naar de Grote Markt. Daar vertelde Eddy, onze gids, de legende van Brabo. We zullen die legende vertellen:
Er was eens een reus die aan de Schelde woonde; hij hield alle schippers tegen. Die moesten tol betalen en als ze niet betaalden dan werd hun hand afgehakt en in de Schelde geworpen. Toen kwam Brabo. Hij versloeg de reus en hakte zijn hand af en wierp die in de Schelde.
Weet jij nu waarom Antwerpen Antwerpen heet?! Nee? Dan weet je het nu: (H)Antwerpen = Antwerpen.
Daarna gaf de gids ons uitleg over het stadhuis . Dit was vroeger het eerste echte shoppingcenter van België. Op de benedenverdieping waren talrijke winkeltjes aanwezig. En wist je dat Beveren-Leie (de streek van) en Antwerpen vroeger vijanden waren?!

Daarna leidde de gids ons naar de kathedraal. Daar vertelde hij ons het verhaal van een smid die wou trouwen met de dochter van een schilder. Maar het liep niet van een leien dakje. Toen hij de dochter van de schilder om haar hand vroeg antwoordde de vader:  "Nee, jij bent een smid en dat is niet goed genoeg voor een schildersdochter." Maar de smid liet het hoofd niet hangen. Hij volgde een schilderscursus. Maanden later kwam hij die vader weer tegen. Hij had een vlieg geschilderd op tafel, maar de vader dacht dat het een echte vlieg was. Hij sloeg keihard op tafel en natuurlijk had hij daarna wel door dat het geen echte vlieg was. Hij vroeg wie dat geschilderd had. De smid stak moedig zijn hand op en zei:  "Ik heb dit geschilderd." Daardoor mocht hij trouwen met de dochter van de schilder. Ze maakten er nog een groot feest van. En ze leefden nog lang en gelukkig. De smid werd begraven net voor de kathedraal. Dat was het verhaal van de smid.

Onze derde stopplaats was de Groenplaats. Daar kregen we het levensverhaal van Pieter Paul Rubens te horen. Hij was een schilder, tekenaar en diplomaat. Hij moest veel naar Italië om te werken. Hij had twee vrouwen. De eerste vrouw heette Isabelle Brant. Bij deze vrouw kreeg hij drie kinderen: Clara, Nicolaas en Albert. Ze trouwden in  1609. Isabelle overleed in 1626 op 34 jarige leeftijd. Helène Fourment was zijn tweede vrouw.  Hij trouwde voor de tweede keer toen zij 16 jaar was. Met deze vrouw kreeg hij vijf kinderen. De jongste dochter werd geboren toen Peter Paul Rubens overleed. Helène Fourment stierf zelf in 1673 op 59-jarige leeftijd. Dit was, in het kort, het levensverhaal van Pieter Paul Rubens.

We vervolgden onze reis naar het Plantin-Moretusmuseum. Dat is een museum dat aan de Vrijdagmarkt ligt in Antwerpen. Het museum is gesticht door Christoffel Plantijn. Na zijn dood werd zijn drukkerij overgenomen door zijn schoonzoon Jan I Moretus. De drukkerij was de ontmoetingsplaats voor tal van geleerden en humanisten als Justus Lipsius en Simon Stevin. In 1876 verkocht Edward Moretus de drukkerij met alle meubelen aan de stad Antwerpen. Een jaar later, in 1877, kon het publiek het woonhuis en de drukkerij bezoeken. In 1951 werd het museum heropend nadat het in 1944 zwaar beschadigd was door een Duitse V2 raket.

Even later kwamen  we aan in een straatje genaamd “de Vlaaikensgang” waar vroeger de arme mensen woonden. Het steegjes onstond in de 16de eeuw (1591) en was de woonplaats van de schoenmakers. Er waren vroeger duizenden zo’n gangen; nu zijn er nog maar weinig. Het steegje heeft waarschijnlijk z’n naam te danken aan de rijken uit de 16de eeuw die er broodjes uitdeelden aan de armen.
De muren waren wit gekalkt vanboven en vanonder waren ze zwart geteerd  omdat de bacteriën er van stierven en de insecten er niet omhoog konden kruipen. In zo’n klein straatje woonden er honderden mensen.

Toen gingen we naar het Steen (een kasteel) aan de Schelde. Het werd gebouwd rond 1200. Het gebouw werd tot 1827 als gevangenis gebruikt. Er hoort ook een legende bij... Er was eens een reus genaamd Lange Wapper. De kwelgeest komt 's nachts tevoorschijn en achtervolgt de dronkaards. Eerst als een klein mannetje, maar hij kan zichzelf steeds groter en groter maken tot hij boven de huizen uitsteekt. Als een dronkaard hijgend en zwetend thuiskomt, kijkt Wapper door het raam naar binnen (Lange Wapper kan niet tegen dronkaards). Dit was de legende van de reus.

Ons laatste bezoek in de voormiddag was het Vleeshuis. Het werd in 1250 gebouwd en in deze overdekte plek werden geslachte dieren verkocht. Algauw werd deze plaats te klein en er werd door de slagersgilde een nieuw gebouw gezet. In de 18de eeuw werden de gilden afgeschaft. Daarna diende het als opslagplaats; een tijdje werd het door kunstenaars gebruikt en nu is het een museum.

Onze lunch hebben we in een sfeervol kader genomen. De vele kaarsjes in de kelders van 'De Pelgrom' maakten het extra gezellig.

De namiddag brachten we door in de boekenbeurs. We vonden de zoektocht naar de boeken superleuk. Eens we het boek gevonden hadden moesten we enkele vraagjes oplossen. We zagen enkele bekende schrijvers zoals Pieter Aspe en Freddy De Kerpel. Het was tof om ook boeken voor in klas te kunnen kopen. Het was een leerrijke namiddag en een bezoek aan de boekenbeurs is zeker voor herhaling vatbaar.